Ik dacht terug aan mijn eerste dagen na de ziekmelding. Uit alle hoeken haalde ik informatie over WIA, UWV en andere afkortingen. In een van de brochure kwam ik een tijdlijn tegen. Het schema gaf aan welke momenten, na hoeveel weken ziekte, van belang waren in het traject. In totaal telde de lijn honderdenvier weken. Twee jaar leek een lange tijd. Dezelfde tijdspanne kwam ik tegen in de diagrammen die mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering jaarlijks toestuurde. Het eerste blokje inkomen van een jaar was blauw, het tweede oranje en beduidend kleiner. Zolang tijd geschematiseerd wordt, is het abstract en ver weg. Nu ik midden in het tweede blokje zit en al heel wat belangrijke weeknummers ben gepasseerd, weet ik dat alles in de werkelijkheid wel meevalt. 

Natuurlijk heb ik het niet makkelijk gevonden dat gesprek aan die tafel op mijn werk. Diep adem halen en proberen het initiatief te houden. Proberen het in eigen hand te houden. Zakelijk kwamen we er wel uit. Daar zijn simpelweg regels voor en gezond verstand. De pijn zat hem in het eind van het gesprek. Ik kreeg de vraag hoe ik afscheid wilde nemen van mijn werk. Wilde ik dat in kleine kring, op een locatie buiten mijn werkplek of juist traditioneel met een receptie? Die vraag had ik verwacht, maar kon ik niet beantwoorden. Het maakt het laatste blokje op de tijdlijn wel heel definitief. Vandaar dat ik dichtklapte en het antwoord voorlopig schuldig blijf. Ik weet alleen dat ik wel afscheid wil nemen. Via de achterdeur het pand verlaten is niet goed. Ik wil bewust markeren dat er een eind aan werk komt. Bovendien wil ik duidelijk maken dat er ook na het werk nog leven is. Gelukkig heb ik tegenwoordig veel tijd om na te denken, zo zonder verplichtingen van werk.