BlogParkinson

Nu ik sinds een dikke maand officieel afgekeurd ben, voelt dat merkwaardig goed. Al is het een negatieve uitslag (de ziekte heeft mij al zo veel te pakken dat ik mijn werk niet meer kan doen), het luchtte mij toch op. Meer dan een jaar had ik aangehikt tegen het moment van keuring. Stel dat men mij zou dwingen (gedeeltelijk) door te werken, terwijl ik het niet kon volhouden, dat was mijn schrikbeeld. Natuurlijk gevoed door indianenverhalen die je op internet kunt vinden. Gelukkig viel het mee. De druk die de onzekerheid had opgeleverd is nu van mijn schouders gevallen.

Met de brief van het UWV in mijn rode ordner, begaf ik mij enkele weken geleden naar mijn werk. Gek om het zo op te schrijven. Mijn werk, terwijl ik niet meer werk, noem ik de plek waar ik werkte, toch mijn werk. In ieder geval moest ik er naar toe om wat zakelijke dingen te regelen. Aan tafel met de sectordirecteur en de P&O-man. Tussen ons in het dossier. Allerlei officiële documenten over mijn ziekmelding. Rapportages van de arbo-arts, re-integratieplannen, bijgestelde re-integratieplannen, evaluaties van re-integratiepogingen, keurig in een dossiermap gevat. De CAO onderwijs lag geopend bij het kopje ontbinding van arbeidsovereenkomst. Want daar ging het op uit lopen, na twee jaar ziekmelding en een versnelde aanvraag WIA. 

Gedurende de feestdagen heb ik geregeld gedacht aan het gesprek met de keuringsarts. Wat zou er in haar rapportage terecht gekomen zijn? Welk beeld is er van mijn situatie ontstaan? Het voelde als een omgekeerd sollicitatiegesprek. Als je een baan binnen wilt halen is het hopen dat je sterke punten in het gesprek je zwakkere kanten overheersen. Je wilt er zo goed mogelijk uitkomen. In het geval van de keuring staat niet je kunnen, je mogelijkheden, je talenten, maar juist je beperkingen centraal. Hoe zwak sta je ervoor? Hoe snel zal je verslechteren? Kortom, een inschatting in het negatieve, al heet het realistisch, wordt gemaakt. 

Is er een medicijn tegen Parkinson? Ja, als ik de katholieke kerk mag geloven wel. Er is een procedure opgestart om de vorige paus zalig te verklaren. Johannes Paulus II overleed enkele jaren geleden en is voor veel mensen het gezicht geworden van de ziekte van Parkinson. Iedereen kent de beelden van de scheef in zijn zetel hangende kerkvorst. Niemand is het lijden vergeten dat uit die beelden sprak. Maar het hebben van de ziekte van Parkinson is geen reden om zalig verklaard te worden. Daarvoor moet je iets anders doen.

Al snel na mijn diagnose ben ik mijn therapie bij een fysiotherapeut gaan volgen. Het doel is alledaagse handelingen kunnen verrichten. En de conditie op peil houden. Omdat ik voor de diagnose veel hardliep, is dat een vast onderdeel in de therapie geworden. Ik loop nu tien tot vijftien minuten op de band. Eigenlijk wil ik weer buiten lopen, sterker ik heb het uitgesproken naar de fysio. Al weken blink ik uit in uitvluchten, maar jog ik geen stap buiten de deur. Vol begrip hoort ze het aan en stelt nuchter vast:  ‘Helemaal niet erg, volgende week weer een kans.’ 

Mooi, het is nu zondagochtend kwart voor acht. Het is rustig lenteweer, beetje nat en fris, kortom ideaal weer om te joggen. Rustig een blokje door het park. Wie weet loop ik over een half jaar de Vier Mijl. (dream on…)

Parkinson en bewegen zijn niet de beste vrienden. Door mijn ziekte beweeg ik traag en is mijn linkerkant vaak stijf. Elke week bezoek ik mijn fysiotherapeute. Aanvankelijk richtte de therapie zich op het onderhouden van de conditie. Ik liep hard op de loopband en deed wedstrijdjes met mezelf op de roeitrainer. De laatste maanden is de focus verlegt. Met tal van kleine oefeningen word ik getraind om mijn spieren soepel te houden en te ontspannen. Ik moet leren spieren in te spannen en vervolgens te ontspannen. Dat is een proces dat eigenlijk automatisch moet gaan, maar ook dit is verstoord.