Iris Sommer, Haperende hersenen (Uitgeverij Balans, 2015), ISBN 9789460030581

Zou ik het boek van Iris Sommer gelezen willen hebben bij mijn diagnose parkinson? Ik zocht toen toegankelijke informatie over een voor mij vrijwel onbekende ziekte en over hersenen die ik mijn hele leven had meegetorst maar niet kende. Op internet sprokkelde ik moeizaam kennis bijeen. Ik las over donkere kernen, synapsen en neurotransmitters en huiverde bij beschrijvingen van het ziektebeeld. 

Alles wat je moet weten

De Utrechtse hoogleraar psychiatrie Sommer wilde een boek schrijven met alle informatie die artsen een patiënt en zijn familie zouden willen geven als een consult een middag kon duren. Overzichtelijk behandelt zij psychiatrische en neurologische ziektes: parkinson, schizofrenie, bipolaire stoornis, alzheimer, multiple sclerose, dwangstoornis, huntington, gilles de la tourette en niet-aangeboren hersenaandoeningen. Per ziekte beschrijft ze oorzaken, verloop, behandeling, (bijwerkingen van) medicijnen en een toekomstbeeld. Helder legt ze in kadertjes uit hoe hersenen werken. Het boek vormt zo een klein naslagwerk. Sommer wekt de hersenwetenschap tot leven door elk ziektebeeld te illustreren met een levensverhaal.

Meer breinkennis

Psychiatrische patiënten schamen zich vaak voor hun ziekte. ‘Men zal mijn angstaanvallen wel aanstellerij vinden’. Door de omgeving te vertellen wat er in de hersenen gebeurt groeit het begrip. Een begrepen patiënt kan werken aan het accepteren van zijn ziekte. Sommer prijst hoe patiëntenverenigingen voor MS en parkinson ‘hun’ ziektes onder de aandacht brengen. Grotere kennis van haperende hersenen leidt ook tot preventie. Sommer hoopt bijvoorbeeld dat kinderen leren over gezonde voeding en hoe ze hun brein goed kunnen onderhouden. 

Denkbeeldige grens

Sommer vindt de grens die in de wetenschap bestaat tussen psychiatrie en neurologie kunstmatig. Hersenaandoeningen zijn immers een samenspel van genetische, biologische, psychologische en sociologische factoren. Hersenziektes kennen overkoepelende klachten als somberheid, moeite met nadenken, gebrek aan energie, concentratieverlies, slaapgebrek, eenzaamheid en gedragsveranderingen. Sommer ziet hiervoor te weinig aandacht bij de behandeling van de afzonderlijke ziektes. Er moet meer samenwerking komen tussen psychiatrie en neurologie. Een verwijzing naar het multidisciplinaire ParkinsonNet mist hier.

Vroegtijdige diagnose

Hersenaandoeningen ontstaan sluipenderwijs. De eerste symptomen zijn algemeen en mild. De diagnose volgt pas als de ziekte al verder gevorderd is. Sommer pleit voor vroege  signalering. Zo is een combinatie van slecht ruiken, minder soepel bewegen, sombere stemming en een moeizame stoelgang een redelijke indicatie voor parkinson. Met verfijnde middelen voorkomt vroege diagnose verdere ontwikkeling van ziektes. Sommer hoopt dat door blijvende investeringen in hersenonderzoek hersenaandoeningen beter te behandelen en te voorkomen zijn.

Ja, dit boek had ik graag bij mijn diagnose willen lezen: het is duidelijk, informeert, stelt gerust en biedt hoop. Precies wat je nodig hebt als je arts zegt dat je hersenen haperen.