Stadsrafels

Tegenwind, slagregens, waterkou, mijn handen verkleumd. Afzien in een regenbroek. Water spat op als ik door een regenplas rij. Door mijn bril zie ik niks, een troebele waas van regendruppels. Op goed geluk rijd ik naar de bibliotheek. Daar interviewt Rense Sinkgraven Hennie Kuiper, wielerheld.

MartiniPlaza hield dit weekend de NieuwVerbouwbeurs. Eigenwoningbezitters konden met eigen ogen kennis maken met de overspannen woningmarkt. De huizenprijzen stijgen de pan uit. In Groningen heersen, volgens makelaars, Amsterdamse toestanden.  Eigenwoningeigenaren rekenen zich rijk. Buren bespreken vol begeerte op buurtborrels het laatste Funda-nieuws: ‘Dat huis verderop, met die dakkapel, zonder uitbouw...’ ‘Nou?’

We hadden ons tussen kussens verschanst op onze loungebank. Kaarsjes aan, wijntje en hapjes. Gordijnen dicht en een dekentje over de voeten. Buiten regende het. De wind blies de resten van een lampion over de straat.

Sorry, mijn schuld. Zonder mij was het anders gelopen. Ik had beter moeten weten. 

Dinsdagnacht, de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen op tv. Tegen elf uur ging ik naar bed. Ik zag af van een tv-nacht. Uit ervaring wist ik hoe onverstandig kijken was. 

Onder mijn dekbed, hoofd diep in het hoofdkussen, sliep ik vast en droomloos. Halverwege de nacht schrok ik wakker. Op de tast vond ik mijn bril en stapte ik uit bed. Ik bibberde, novembernachten zijn koud. Gehuld in joggingbroek, warme sokken en een dik vest sloop ik langs de snurkende hond naar de huiskamer. Hij had mij moeten stoppen. 

'Wij pakken de intocht aan zoals wij dat altijd hebben gedaan: zwart.' Dit zegt Harrie van Ham in de Volkskrant. Hij organiseert de Groningse Sint-intocht. In zijn ‘Koninklijke Vereeniging voor Volksvermaken’, van Bommen Berend, Peerdespul en vuurwerk, zetelen blanke mannen van gevorderde leeftijd. Zelfbenoemde regenten in jacquetten met koninklijke speldjes, die de tekenen der tijd ontgaan. Voorzitter Van Ham: 'Vooralsnog zien we geen noodzaak om anderskleurige Pieten mee te laten lopen. Wij volgen de grotemensendiscussie over een kinderfeest op de voet, maar vinden niet dat wij daarin mee moeten gaan.'

Spontaan bood ik mijn lief aan de weekendboodschappen te doen. Ik beloofde het goedkoop te houden. Dus sinds tijden reed ik naar de geel-blauwe discounter en niet naar de grootgrutter met actiezegels voor gratis handdoeken / badlakens / washandjes / beflapjes / pannenlappen / babyslabbetjes / zakdoeken / brillendoekjes of lapjes voor het bloeden. Ik parkeerde, pakte mijn blauwe AH-tassen en zocht mijn AH-Boodschappenkarretjesmuntje terwijl boven mij de AH-helikopter jubileumrondjes vloog en de zaterdagrust verknalde.

Bob Dylan blijft zwijgen over de Nobelprijs. Nieuwssites noemen hem arrogant en onbehoorlijk. Dylan, een nukkige artiest, die tijdens optredens zelden praat, spreekt nooit over zijn werk. 

Tot nu.

Op American Tunes.com beweert Dylan-kenner Roger Holms dat de oud-protestzanger de prijs zal weigeren met een nieuwe song. Dit blijkt uit documenten van Dylan, die het Russisch hackerscollectief ‘IvantheTerrible.com publiceerde. In ‘Don’t Need No Medal of Gold’ beschrijft Dylan hoe hij zijn uitverkiezing vernam: