IMG 4117Ik scroll langs het aanbod van 123puzzlestukjes.com op zoek naar een puzzel van 5000 stukjes. Mocht ik me nog ernstig verlegen voel met de invulling van mijn wachttijd. Gisteren voltooide ik er een van 1000 stukjes en eerlijk gezegd vond ik het een prettig tijdverdrijf, ik had wel zin in meer.

IMG 4117Het is maar goed dat je meeste dromen vergeet. Soms schiet ik wakker en blijft de droom, of flarden ervan, in mijn hoofd zitten. En dan ga ik mijn dromen duiden, er betekenissen aan geven. Soms is het beter niet je eigen Jozef uit je kerkers los te laten en hem de kans te geven je boze farao-dromen te duiden. Duiden is soms erger dan dromen, je kunt beter maar niet weten wat je vreest, of toch niet?

IMG 4117‘Sometime in New York’, om een titel van John Lennon te citeren, dat idee lokt me. Daar zou ik graag nog eens willen zijn. Ik denk vandaag, 8 december, aan een klein stukje New York, een stukje Liverpool in New York.

IMG 4117Mijn dagritme wordt bepaald door medicijnen-innamen-momenten. Om 8 uur begint etappe 1 van de dag. Om de drie uur neem ik wat opwekkende middelen in uiteenlopende sterkte en met verschillende uitwerkingen. Ergens in het derde blokje las ik een middagpauze in. Dan vertrek ik naar bed en slaap.

IMG 4117Het is een vreemde gedachte dat ik - net als twee weken geleden -me een voorstelling probeer te maken van de ziekenhuisopname, volgende week. Ik verwacht morgen bevestiging te krijgen, al houd ik een slag om de arm.

IMG 4117Midden in de nacht moet ik plassen. Ik probeer het te negeren, maar de aandrang is te opdringerig. Voorzichtig sta ik op. Ik schuifel richting toilet, zie op de klok op de overloop, dat het net na enen is. Om te voorkomen dat ik de nachtelijke dweil moet hanteren - echt heren, vergeet het dat staand plassen,

IMG 4117Of het iets betekent weet ik niet, misschien gewoon toeval, maar toen ik gisteren de planningsafdeling belde, kreeg ik op hetzelfde moment een notificatie in mijn mailbox van het ziekenhuis. ‘Ik doe net uw brief in de envelop,’ zei de secretaresse toen ik vroeg of ze al iets kon zeggen over mijn opnamedatum.

IMG 4117Vanochtend bezocht ik voor de laatste keer voor de operatie mijn fysiogroepje. Ik deed mijn opwarmrondje in mijn eentje. Meestal komt een van de fysio’s dan even polshoogte nemen. (‘Hoe is het?’ Nog niet beter.‘)

Om met een spoiler te beginnen: ik heb het overleefd. Mijn natuurlijke neiging tot overdrijving en mijn talent voor dramaqueen moet ik onderdrukken. Maar dat is saai. Je moet toch iets maken van het leven. 

Dus opnieuw.

De man op mijn schoot ken ik. Hij is de technische coördinator die mij heeft vooraf heeft verteld wat mij te wachten stond. Hij herinnerde mij in september eraan dat ik een stalen frame zou krijgen waardoor ik niet kon bewegen tijdens de operatie en die er voor zou zorgen dat de elektroden op de juiste plek in mijn hersenen terecht zullen komen. Ik was het bijna vergeten door het lange wachten, de tijd die meer kwaad zou blijken hebben gedaan dan ik kon vermoeden

Ik sliep niet. Op een kamer van vier snurkten twee vrouwen zo hard dat het mijn Ohropax te boven ging. Ik gaf mij over aan een sluimersessie. Kleine hazenslaapjes. Zodra ik bewoog reageerde een sensor in de pantry en lag ik in het licht te baden. Ook had ik het warm. Een joggingbroek was niet nodig. Uit dat ding.

Nadat het frame geplaatst is, word ik opnieuw door de gangen gereden. Nu naar de scan, verderop in de gang. De bedoeling van de scan is een beeld te vormen van mijn hersenen gecombineerd met het frame. Dat plaatje kan gebruikt worden om te navigeren, de chirurg bepaalt zo exact waar, in welk deel van mijn hersenen hij terecht komt.

Ik lig met mijn voeten tegen het voeteneinde, ik strek mijn lijf, beweeg mijn heupen om wat te ontspannen. Toch `zet ik me schrap. Boven mijn hoofd hoor ik hoe ritselende zakken worden opengescheurd. Ik besef me pas later dat dit het gesteriliseerde operatie-instrumentaria is dat op een tafel systematisch wordt gerangschikt. Vanaf nu heb ik nauwelijks meer iets aan mijn ogen. Mijn oren moeten het doen, misschien mijn neus. Proeven zal weinig opleveren, tasten is er niet meer bij. Het geluid, als in een hoorspel, moet het verhaal vertellen. Flarden van gesprekken en klanken gidsen me door de ochtend.

Ik moet lachen. Onbedaard lachen. Niet te stuiten. Een lach uit het niets, een lach om niets. Ik probeer op te houden, maar de lach blijft. Het is niet dat ik moet lachen om de woordjes die ik na moet zeggen. Al lig ik gefixeerd op de operatietafel, ik lig te kronkelen van de pret. 

Het besluit viel. De elektrode ging eruit. Nieuwe X-, Y-, Z-waarden klonken door de OK. De alternatieve coordinaten werden ingesteld. Ik herinner me iets van Y = 151,5. De neuroloog praatte mij bij. Hij was benieuwd om te zien hoe ik zou reageren op de tweede poging. Ik stemde in met het voorstel,

Ik herken de weerklank in de gang van het loopje van mijn Lief. In de paar dagen ziekenhuis had ik de klanken van het ziekenhuis leren kennen.

Ik ben nu al twee weken thuis. Het ziekenhuis lijkt ver weg. Ik zit in mijn favoriete stoel, hoor mijn Lief thuis komen, ze heeft hond P. uitgelaten. We hadden samen moeten gaan. Ik had hier niet moeten blijven zitten. Misschien had ik alleen de hond moeten uitlaten.

De eerste dagen na de operatie viel mijn bril voortdurend van mijn neus. Als slechtziende kan ik niet zonder bril. Ik voel me onthand als ik niet kan zien wat er om me heen gebeut. Deels is het ordinaire nieuwsgierigheid maar deels is het ook instinct: weten waar de dreiging vandaan komt doe je door de ingang van je schuilplek in de gaten te houden.

DBS-Log #46: Onder de tulband een kuttekop

De dag na de operatie genoot ik van de rust op mijn kamer. De man tegenover mij was na een korte ingreep ontslagen, en voor die tijd had hij weinig lawaai om zich heen. Best irritant, als zijn vrouw kwam fluisterde ze zo zacht dat ik niets kon volgen. De andere twee bedden waren onbezet. Ik kon zonder onrust bijkomen. Voorlopig althans, mijn deel burengeraas zou ik nog krijgen, maar dat wist ik toen nog niet.

Ik mocht dus op vrijdag naar huis. Eindelijk. Ik weet dat het in vergelijking met andere gevallen peanuts is, maar ik had het wel gehad in het ziekenhuis. Zeker toen ik vrijdagochtend verrast werd met de plotse terugkeer van mijn kamergenote die zelf vriendelijk en rustig was, tevreden met haar eigen vergeetachtigheid; dementie is vooral een probleem voor de omgeving zoals zal blijken.

Toen op donderdag duidelijk werd dat ik in verband met de heling van de hoofdwonden nog een nachtje in het ziekenhuis moest doorbrengen, ging ik daar natuurlijk akkoord mee. De grootste wond leek nog wat wondvocht af te geven en belemmerde de vorming van korstjes. Een krokant wondlaagje kost nou eenmaal enige tijd. In Elfstedentochttermen: ik had nog een windwak op mijn hoofd. De zaalarts schakelde al zijn hulplijnen; hij stapelde supervisor op supervisor om bevestiging te krijgen van zijn vermoeden. Ik vroeg aan de verpleging of mijn rust deze laatst nacht wat beter bewaakt kon worden. Ik wees maar de lege plek naast mij. Vannacht komt daar niemand te liggen, garandeerde men mij. En er waren afspraken gemaakt met de familie.

Heel behoedzaam, bevreesd om te vallen, liep ik naast mijn Lief de afdeling af. ‘Beneden haal ik een rolstoel om je naar de parkeergarage te rijden,’ zei ze terwijl ze het knopje van de lift indrukte. Ik knikte. Ik bleef een gevoelige linkervoet houden en had zo weinig gelopen de afgelopen dagen dat ik onzeker ter been was geworden. Het ziekenhuis heeft een grote entree, zo een die de allure heeft van een vertrekhal van een vliegveld,

Een bescheiden kerstboompje stond naast de kast. In alle hectiek had mijn Lief toch nog kans gezien om voor wat kerstsfeer te zorgen in huis. Kaarsjes en kerstverlichting. Ook het terracotta kerststalletje

Het was nog rustig op de eerstehulppost van het ziekenhuis. Of eigenlijk de weekenddienst van de gezamenlijke huisartsen. Er liep een kerel rond met een bebloed gezicht, hij werd afgeleverd door twee agenten en maakte de indruk dat hij stijf van de speed stond. Het was  zondagochtend ver voor koffietijd, en ik zat met enorm verband om mijn hoofd op een geleende rolstoel te wachten op mijn beurt. ‘U komt voor uw...eh...voet,

Na weer tien minuten wachten mocht ik een ruimte binnen rollen die me deed denken aan het magazijn van een handvaardigheidslokaal. Kasten vol uitpuilende schappen en manden vol verbindmateriaal, een verstelbare behandelstoel met daarnaast op een verrijdbaar tafeltje glinsterende instrumenten. Bij het gootsteentje lagen restjes gips en enorme scharen.

En daar zat ik dan. Eindelijk thuis daags voor kerstmis, echter niet in mijn paas-beste kerstkleding, maar in een joggingbroek die extra wijd uitviel en een shirt met een soepele hals. Mijn kerstkostuum werd afgemaakt door een makkelijk open te ritsen vest. Schoenen droeg ik niet, een warme sok hield de rechtervoet warm terwijl de tenen van de andere voet net uit het benauwde gips piepten.

Op maandag voor kerst kreeg ik de beschikking over een rolstoel. Twee grote wielen met een daarop gemonteerd een hoepel waarmee je met je hand het wiel en daarmee de rolstoel in beweging kan brengen. Je moet een beetje kano-ervaring meebrengen om te draaien:

Ik voel het aangenaam warme water over mijn rug naar mijn billen stromen. Bijna een maand lang heb ik mij gewassen aan de wastafel, met wat water in de bak, beetje zeep erin - Zwitsal-baby-zeep omdat die zo zacht is - en maar poedelen.

DBS-Log #56: Met mijn been steken tussen de liftdeuren

‘Wat voor kleur wil je?’ Ik kon kiezen welke kleur gips ik wilde. De gipsmeester wapperde met een kleurenwaaier voor mij neus. Allerhande opties waren mogelijk. ‘Roze, blauw, wit? Een panterprint, camouflage of poezenpootjes’, somde hij op. Gips is niet lastig, gips is fun, wilde ze maar zeggen.

Vanochtend werd ik wakker rond zessen. Ik wilde liever nog even doorslapen. Maar de aandrang tot plassen liet zich voelen. Ook voelde ik de stijfheid in mijn rug en arm ontwaken. Ik probeerde het nog te negeren maar langer dan een half uurtje lukte het niet. Plassen deed ik in mijn urinaal.

Je kunt als niet-man je niet voorstellen hoe lekker het plassen is, bij voorkeur in de openlucht en wel tegen een boom of een muurtje. Zeker als er een beetje spanning op staat. Wildplassen mag niet meer in ons gereguleerde landje, maar ik heb een alternatief gevonden: urinaal plassen.