Stadsrafels

Zondagochtend, vol lentewarmte. Ik zweet in mijn winterjas. Hond P. snuffelt erop los. Hij volgt een geurspoor. Honden ruiken zo veel meer dan mensen. Helemaal met de lente in de lucht. Snuffelend en zwetend bereiken we de brede sloot tussen de woonwijk en de natuurplek voor kinderen. Het Landje Daar heet dat. Op het heuvelachtige veld kunnen kinderen ravotten, hutten bouwen en kletspoten halen. En in contact komen met de natuur. 

Ik opende de papiercontainer. De stemkaart belandde op de oude kranten. Hij had weken op het prikbord gehangen tussen de-niet-te-vergeten-formulieren en de stempelkaarten van de handdoekenactie bij de Albert Heijn. De hele woensdag herinnerde het stembiljet mij aan het referendum. Ik stem altijd, normaal. 

In een zaal vol Karel Appels kijkt een man in het rond. Het is zondagochtend, het Haags Gemeentemuseum is nog maar net open. Hij zoekt. 

Om zijn nek hangt een spiegelreflexcamera. De gele letters op de band steken af tegen zijn grijze driedelige pak. Al een paar keer heeft hij door de zoeker gekeken. Hij weet precies hoe hij de foto wil maken.  

Blauwe tandpasta spat alle kanten op. Op de spiegel, de kraan, mijn bril, overal zitten spetters Prodent. Onmachtig kijk ik naar de draaiende kop van de elektrische tandenborstel. Ik probeer uit alle macht het apparaat uit te zetten maar mijn wijsvinger zit als bevroren op de aan- en uitknop. Mijn schone shirt is nu ook al besmeurd. Uit mijn ongereinigde mond klinken smerige verwensingen. 

Bijna was ik een schrikkelbaby geweest. Dat zit zo. Ik stond voor zaterdag 24 februari 1968 gepland. Zonder puf of wee verliep dat weekend. Gelukkig want een geboorte in Limburg tijdens carnaval is vragen om moeilijkheden. Confetti in het vruchtwater. Mijn moeder haalde opgelucht adem toen As-woensdag voorbij was. Geen Alaaf-baby. Dat ze daarmee mijn kans op uitverkiezing tot prins Carnaval flink verkleinde, vind ik niet erg. 

Ik zeg het alvast maar even: als het leven niets meer waard voor me is dan kies ik ervoor om niet door te leven. En dat wil ik graag netjes regelen. Geen gedoe met scheermesjes of voortrazende treinen. Nee, ik zag vorige week op tv hoe vreedzaam dat gaat tegenwoordig, dus graag zo.    Uiteraard vooraf goede gesprekken met knikkende en hummende leedexperts die met  hun lijdenspeilstok meten hoe diep mijn leed is om gezeur achteraf te voorkomen.

Zondagavond, eigenlijk tijd om  voetbal te kijken. In de bocht in de Peizerweg, bij spoorwegovergang neem ik gas terug. In het donker is het hier oppassen. Van linksachter duiken fietsers op, vooral studenten zonder licht, terwijl van rechts auto’s opdoemen. Naast me zit mijn zoon. Zijn weekendtas, studieboeken en laptop op de achterbank.