Stadsrafels

Op de hoek staat een boer met een e-bike

Ik hou de hond nog maar net bij. De storm wakkert zijn onstuimigheid aan. Als ik hem niet had aangelijnd was hij nu in de verte verdwenen. We lopen langs de randen van de buitenwijk. Ondiepe sloten achter zelf-ontworpen huizen die in hun streven naar originaliteit en eigenheid doodliepen op eenvormigheid. De kavels zijn te krap voor de pretentie van vrijstaand wonen. Onder de plexiglazen overkaping staan twee motoren. Ze passen net naast de steigerhouten buitentafel. Vehikels van vrijheid op twee vierkante meters. Achter de schutting van groen uitgeslagen tuinhout stroomt een kruiwagen vol regenwater, daarnaast een aanhangwagentje met ongekloofd haardhout onder blauw plastic. 

Ik woon in een nieuwbouwwijk: schone straten, propere plantsoenen en stralende straatlantaarns. Zo’n buurt is stad noch dorp. In elke stad dreigen druk verkeer en driftige mensen. Op het dorpsplein scheuren tractoren en broezende brommers rond. De mensen houden elkaar in de smiezen. Ondertussen gebeurt er in een buitenwijk geen zak. Geen botsende auto’s of roddelende bewoners, een grasmaaier op zondagmorgen is al snel overlast.

‘Ik heb het uit,’ riep ik naar mijn vrouw en dochter die op de bank tv keken. ‘Dat hele dikke boek?‘   Bescheiden knikte ik, een beetje trots. Ik had hen verteld over mijn tocht door de dikke 1000 pagina’s van het slot van Mijn Strijd van Knausgard. Hoe autistisch de hoofdpersoon reageerde op de bipolaire stoornis van zijn vrouw, hoe de verkoop van het tuinhuisje vastliep en hoe rechtszaken over het boek de schrijver verlamde. 

Uitgelaten was overdreven, maar door de telefoon klonk ze wel degelijk opgelucht. Omdat het eindelijk achter de rug was. Ze had er maanden tegenop gezien. Een nieuwe heup lijkt tegenwoordig een even-tussen-door-operatie, maar mijn moeder (eindje in de 70) stond niet te trappelen toen dit haar enige uitweg bleek. Gaan zitten of staan deed zeer. Een nieuwe heup bood soelaas.

De Westerkrant, 13-01-2016

kohllijntjeMaandagochtend acht uur, bladerde ik doelloos door de krant. Door het ritselende krantenpapier miste ik de naam in het overlijdensbericht op Radio1. Toen ik ‘tentoonstelling in Groningen’ hoorde, begreep ik dat Bowie dood was. Vorige week verscheen zijn laatste album, ‘Black Star’.  

    Toepasselijk.

   Ik dacht aan Joey, zou hij het al weten? Vast niet, Joey hield nooit zo van vroeg wakker worden.

Een nieuwjaar vol stress

In alle vroege start ik de auto. De winterbanden heb ik er tevergeefs onder laten zetten. Weer geen witte Kerst. Ik rijd naar Albert Heijn. In mijn zak het briefje met de laatste kerstboodschappen. Geen exquise wijnen of exotische groentesoorten, gewoon cherrytomaatjes en kruidenboter. Niets om vroeg je bed voor uit te komen. 

De Westerkrant, 24-12-2015

De vader van de zestienjarige Dascha, eind november onder mysterieuze omstandigheden gestorven, gaat door een hel. Vorige week verscheen hij  in de publiciteit. Hij zocht maar een antwoord: wat is er gebeurd dat ze op het spoor bleef staan?

Je kind verliezen is het allerergste. De vrees hiervoor begint al bij de geboorte. Hoe vaak stond ik niet bij het wiegje,