Stadsrafels

De stad werd vrijdagavond verlicht door brandende fakkels. Halverwege het Hoge der A - met afstand de schoonste Groninger straatnaam, al komen de Oude Kijk in ‘t Jatstraat en de Grote Kromme Elleboog heel dichtbij - keek ik achterom. Ik veegde tranen uit mijn ogen en glimlachte naar mijn dochter. Ze kneep in mijn hand. Vanaf de hoek bij de A-brug bleef de stroom demonstranten aanzwellen. Velen liepen met een fakkel in de hand. Anderen droegen actieborden of spandoeken. En boven de menigte wapperde de Groninger vlag.

De kille oostenwind blaast in mijn fris geschoren nek. ‘Er mag wel heel wat af,’ had ik de kapster tot uitdunnen uitgedaagd. Voor kaalheid hoef ik niet bang te zijn. Ze beaamde het. Frits van Egters uit De Avonden, zou bij mij geen kans maken.

Op gang komen in het nieuwe jaar gaat traag. In mijn tijd als docent ging het vanzelf. Er ging een bel en dan moest je wel; de klas wachtte. Het lawaai van zevenentwintig leerlingen uit havo 2 maakt uitstellen onmogelijk. 

De Top2000 heerst. Ook dit jaar trachtte ik op tijd een compacte eeuwige lijst in te zenden. Ik zwierf door mijn platencollectie, waarde rond op Spotify en verdwaalde in het oerwoud der vrijwel vergeten hits. Teveel keuze. 

 When the shit hits the fan

Het toilet spoelde niet meer door. Al dagen durfde ik niet uitgebreid te toiletteren. Tig keer zoog ik met een ontstopper de afvoer vacuüm. Ik mikte kilo’s soda, liters azijn en emmers kokend water door de wc. Niets hielp. Toen de uiterwaarden van de wc-pot dreigden te overstromen werd het code rood. Ik belde de rioolwacht. 

In mijn voormalige hometown Delfzijl slopen ze voortdurend. Eerder verdwenen al mijn middelbare school en kleuterschool, nu gaat de Vennenflat eraan. Sinds 1969 symboliseerde dit gebouw de koortsachtige toekomstdromen van Delfzijl, dat een bloeiende industriestad moest worden met havens en moderne woningen voor 100.000 inwoners. En flats, voor een stoere skyline. Zo ontstond de Vennenflat, tien etages met uitzicht over de Eems.

De Randstad vermijd ik liever. Ik heb geen last van een kloof tussen west en noord, wel van de drukte. Nu mijn kinderen er wonen, overwin ik de weerzin. Per trein toog ik naar Utrecht. Date met de dochter. Op Hoog-Catharijne verdwaalde ik. Ze verbouwen er massaal, vandaar.