Stadsrafels

Logisch toch?

Ik luister vaak in de auto naar radio 1. Nieuws en opinie. En achtergronden bij het nieuws. Op de heenweg naar de tandarts, zenuwachtig als een kind dat teveel drop en chocola gesnoept had, reed ik vanochtend over de ringweg naar mijn halfjaarlijkse gebitscontrole. De vorige keer had de tandarts mij op het hart gebonden dat ik met flosdraad en raggertjes in de weer moest om mijn plaque te bestrijden.

Ik wist het niet. Ik zat net in de brugklas, droeg een bril en woonde bovendien in Delfzijl, genoeg verzachtende omstandigheden. Logisch dus dat ik in 1980 U2 in Vera miste. Het Nieuwsblad van het Noorden was er wel. Eddy Determeyer schreef dat U2 teleurstelde; de muziek klonk als soppige cementrock.

'Zo oud ben je toch niet,' zei mijn dochter. 
'Nee, maar wel sentimenteel,' antwoordde ik. We dronken thee. Dat hoort zo als je dochter uit school komt. Haar huiswerk lag te wachten op tafel. Ik vertelde dat ik die middag de zolder had opgeruimd. Haar broer is net het huis uit.

Nijdig omklemde ik mijn telefoon. Ik ijsbeerde tussen mijn voordeur en de vrachtwagen op de straat. De laadruimte stond open. Een van de chauffeurs wachtte met het mobiele pinapparaat in zijn handen. Hij was er maar bij gaan zitten. Zijn benen bungelden over de rand van de laadklep. Zijn collega verplaatste de vracht. Mijn bestelling was een van de laatste. Nog een adresje en dan weekend. 

De grijze middenklasser, model sedan trok langzaam op. De jonge bestuurder hing gebogen over het stuur. Met moeite lukte het hem de wagen in de tweede versnelling te krijgen. De pook was bijna geheel verdwenen onder de vaatwasser die op wankel op de bijrijdersstoel stond. De stoelleuning stond in de ligstand om het brok waskracht te kunnen bergen. Met vier man hadden wij het apparaat in de auto weten te manoeuvreren. Elk van ons gaf zinvolle aanwijzingen. 'Stukje naar links en dan omhoog. Helemaal goed, niets meer aan doen.' Als kraanmachinisten in Alphen aan de Rijn dirigeerden wij ons takelobject op zijn plaats. Vakkundig en accuraat, wij wel.

Tergend traag trekken talmende toeristen tussen tierende, toeterende thuisrijders. Vrijdagmiddag, nabij Parijs. Het is vakantie. Nederland stroomt leeg. Schiphol raakt verstopt. De snelwegen naar het zuiden lopen vol. Alleen thuisblijvers hebben alle ruimte. We staan stil. Al te lang. En route maar dan in stilstand. Vrachtwagens die dagelijks hier rijden manoeuvreren met bravoure van de linker naar de rechterbaan.

In een afgeladen Martiniplaza keek ik met een brok in mijn keel en vochtige ogen hoe 180 vwo-leerlingen binnentraden om hun diploma op te halen. Elk droeg een zwarte baret, zo’n platte met een kwastje. Ik stond en applaudisseerde. Achteraan het vriendenclubje van mijn zoon.

Een diploma krijgen is een feest.