Stadsrafels

Wat doe je dan als jonge vrouw, in een kroeg en je voelt een hand onder je rokje gaan die tastend een weg zoekt langs je billen en je benen naar je meest intieme delen? Je geeft een klap in het gezicht van de handtastelijke kerel. Dan realiseer je je hoe dronken en groot je belager oogt. Zat en zwaargewicht, een gevaarlijke combinatie. 

Wat doe je dan als jonge vrouw? 

Westerkrant, 10-06-2015

Naar een begrafenis kijk je nooit uit. Er op terugkijken wel. Vorige week overleed een vriend. Onverwacht, te jong en met nog teveel op zijn bucketlist. Even was hij nieuws. Zijn dochters kwamen in de problemen met hun zeilboot en hij probeerde te helpen. Het leek alsof hij verdronk, maar in werkelijkheid hield zijn lichaam er gewoon mee op.

Westerkrant, 3-6-2015

Zouden ze het durven? Drie jongens lopen over de luchthaven. Op hun borst bungelen witte oortjes aan smalle draadjes. Hun boarding passes houden ze losjes vast. Niemand die zegt dat ze dat goed moeten opbergen. Hun vliegtuig vertrekt echt niet zonder hen. De koffers zijn ingecheckt. Drie stoelen op een rij, de jongste mag bij het raampje, al is geen van hen nog achttien. Op hun hoofden prijken nieuwe zonnebrillen. Buiten heersen herfststormen. Over vier uur de Catalaanse zon. 

Westerkrant, 27 mei 2015

Weeïg. Dat woord kenmerkt de geur die opsteeg uit de vloeivelden. Weeïg. Onmiskenbaar Groningen tijdens de bietencampagne. Warme pulp op koude grond. Flarden damp boven vloeivelden. Dé geur voor de stad in de herfst. Die lucht, geliefd en gehaat, is verdwenen na de sloop van de ene fabriek en door milieumaatregelen bij de andere. De tijd dat Groningen een knooppunt in de noordelijke agrarische economie vormde, is vervlogen. Stadjers verdienen heden ten dage hun kost met kennis en diensten. Het UMCG en de RUG zijn de nieuwe herenboeren.

Westerkrant, 20 mei 2015

Een gymzaal in mei: een uitgerolde strook grijsblauwe vloerbedekking, rijen schoolbankjes en stoeltjes. Bij de deur naar de kleedkamer een kartonnen doos vol potloden, vlakgummen en geodriehoeken met afgestompte punten, de rode boog op het meetplastiek vervaagd. Ernaast een stapel gelinieerd papier met vakjes voor naam, leraar, vak en examennummer. Sommige eindexamenkandidaten schrijven de naam van hun docent voluit, met voornaam en al. Anderen noemen hun leraar nog altijd ‘meneer’. 

Westerkrant, 13 mei 2015

Ik heb serieus geprobeerd de feestroes te relativeren. ‘Het is maar een spelletje,’ hield ik mezelf voor. ‘Genoeg is genoeg,’ riep ik mezelf tot de orde, en verkondigde stoer dat als nog iemand ‘Boereh, Boereh’ riep dat die de kans op blijvend letsel liep. Leuk en aardig zo’n beker, legde ik mezelf uit, maar het is geen Champions League, die Dennenappel. Om daarom dagenlang met 30.000 man massaal en uitbundig feest te vieren is bedenkelijk, overdreven en getuigt van een minderwaardigheidscomplex, poogde ik de feestroes buiten mij te houden.

Westerkrant, 6 mei 2015

Ik zat op het rode pluche, rij twee, op het tweede balkon van de Stadsschouwburg. De voorstelling van Orkator begon bijna. Porgy Fransen moest uitzoeken wie vermoord was en wat Pierre Bokma daarmee te maken had. 

Vanaf dit balkon zie je het podium alleen goed vanaf de eerste rij. Gelukkig zag ik schuin voor ons nog twee plekjes vrij. Vlak voor de voorstelling konden we daar gaan zitten. Even geduld.